Abba, Vader. Trots.

Enkele weken geleden liet ik mijn racefiets opknappen bij een (voor mij nieuwe) lokale fietsenmaker. Ik werd geholpen door “de zoon van”, die in het ruim 53 jaar oude familiebedrijf werkte. Na nogal wat negatieve ervaringen met fietsenmakers, werd ik door deze jongeman zeer professioneel en goed geholpen. Toen ik tevreden mijn fiets weer mee naar huis nam, moest ik aan zijn vader denken: “wat zal die trots zijn op zijn zoon”, dacht ik, “je eigen zoon die je zaak zo goed vertegenwoordigt!”

Racefiets

Zou God de Vader ook wel eens op een vergelijkbare manier trots zijn op Zijn kinderen? In Romeinen 8: 15 lezen we dat Christenen de Geest niet hebben ontvangen om als slaven in angst te leven, maar om Gods kinderen te zijn, en hem zo mogen aanroepen als ‘Abba, vader’.

Het is een misverstand dat Abba, ῾papa῾ zou betekenen zoals een klein kind zijn of haar vader aanroept. Nee, uit de grondtekst blijkt juist dat het om volwassen geworden kinderen gaat die hun vader vertrouwd met Abba aanspreken. (Niet alleen in het Aramees, maar ook hier in het Grieks vind je de woorden υἱός  en τέκνον waarmee meestal meerderjarige kindren worden aangeduid in tegenstelling tot b.v. παις of τεκνίον waarmee vaak op een minderjarig kind (of een slaaf) wordt gedoeld.)

Het is dus de bedoeling dat we Zijn zaak hier vertegenwoordigen als meerderjarige kinderen. Net zoals Jezus dat deed. En we moeten het op zo’n manier doen, dat onze Vader trots op ons is. Net als die fietsenmaker!

This entry was posted in Exegese, Theologie and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>