“Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.” Heeft Jezus dit ooit gezegd? Bart Ehrman en andere moderne Nieuw Testamentici denken van niet. In de oudste handschriften die we van het Lucas Evangelie hebben ontbreekt het 34e vers van hoofdstuk 23 namelijk. Is dat ook zo? Laten we het kritisch apparaat van Nestle-Aland er eens bij pakken en een onderbouwde mening vormen.
Welke bronnen pleiten voor Ehrman et al? Dat valt een beetje “tegen”, eigenlijk vooral Papyrus
75 en de Codex Vaticanus, beiden van het Alexandrische Text type. Daarentegen wordt de betwiste tekst niet alleen ondersteund door de Byzantijnse meerderheidstekst, maar ook door gezaghebbende bronnen zoals: de Codex Sianïticus, deCodex Alexandrinus, de Codex Ephraemi Rescriptus, de Codex Regius, de Codex Athous Lavrensis en anderen.
Laten we nu deze tekst eens naast enkele basis principes van Tekstuele Kritiek leggen:
Moeilijke vraag of dit een moeilijke lezing was voor overschrijvende monniken in de eerste eeuwen na Christus. Eerlijk gezegd lijkt me deze vergevingsgezinde theologie niet in tegenspraak met Christus algemene boodschap. De enige reden die ik kan bedenken waarom klerken of schriftgeleerden deze tekst zouden weglaten is hun eigen moeite om de beulen van hun Heer te vergeven.
Volgens dit principe zou de kortste lezing de grootste kans maken om origineel te zijn. Manuscripten hebben namelijk de neiging om in de loop van de tijd te groeien door de toevoegingen van de monniken die ze overschreven. In het geval van zo een complete uitspraak van Jezus vind ik het niet logisch dat hij door een monnik zou zijn verzonnen en toegevoegd. Met welk doel? Ik kan het theologische voordeel van deze tekst niet bedenken waarom een overschrijvende klerk het later zou hebben toegevoegd.
Kortom, zowel op basis van interne als externe argumenten ben ik er niet van overtuigd dat dit niet de oorspronkelijke lezing was. Ik kan me zelfs voorstellen dat als in de oudste manuscripten deze tekst werkelijk ontbroken heeft, de mondelinge traditie van Jezus’ kruiswoorden deze heeft hersteld, niet omdat de orthodoxe kerk deze later verzonnen en geïntroduceerd heeft in de tekst, zoals Ehrman denkt, maar omdat er een degelijke orale traditie was.

Beste whizky,
Ik heb een aantal vragen bij je conclusie.
1. Naast de Alexandrijnse mss ondersteunt ook D (Bezae), de “westerse” tekst, de omissie. Bovendien zijn er een aantal oude vertalingen met omissie (Vetus Latina, Koptisch, Syrisch). Tezamen met de hoge kwaliteit van de Alexandrijnse tekst maakt dat de ondersteuning voor de kortere tekst toch aanmerkelijk groter dan je hierboven presenteert? (En de Sinaïticus vertoont met de 1e corrector ook kennis van de kortere lezing trouwens.)
2. Zoals je zelf al schrijft is er niet echt een goede reden om deze tekst weg te laten. Er zou echter wel een reden zijn om de tekst toe te voegen, namelijk om de parallel met Stefanus (die er sowieso is) te vergroten, of Jezus nog meer op een martelaar te laten lijken. Zou dit kunnen pleiten voor een latere toevoeging?
3. De kortere tekst is doorgaans de betere. Als je de evangeliën met kritisch apparaat doorbladert zie je dat kopiisten regelmatig complete uitspraken of meer zelfs hebben toegevoegd. Een motief voor toevoeging heb ik al onder 2 genoemd. (Toevoeging en verzinnen zijn trouwens twee onderscheiden dingen.) Dus, in het licht van wat elders in de handschriften gebeurt, is het niet juist zeer goed voorstelbaar dat een kopiist de tekst heeft toegevoegd?
Al met al denk ik dus dat de externe en interne argumenten tegen vers 34a een stuk zwaarder wegen.