Waarom ik wel Katholiek maar nog niet Rooms ben.

Als er één gebed is wat alle christenen verenigt, dan is het wel het ‘onze vader’, het gebed van onze Heer. Het gebed dat hij ons zelf leerde. Zonder uitzondering bidden we dus allemaal “laat uw koninkrijk komen, en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel”. Als christenen moeten wij deel uitmaken van het koninkrijk van God, en dat koninkrijk van God is waar zijn wil wordt gedaan, net als in de hemel. Als we het onze Vader bidden, bidden we dus voor éénheid in de kerk.

Orthodoxe icoon van het eerste concilie van Nicea.

Sommigen wijzen op de geschriften van de Apostolische vaders, of naar de belijdenissen van de eerste oecumenische concilies van de vroege kerk, om te verdedigen dat er één kerk behoort te zijn, maar ik zou de nadruk willen leggen op twee teksten uit het Johannesevangelie:

Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.

Vaak wordt deze tekst uit Johannes 10:16 zo uitgelegd dat de eerste schapen de Joodse christenen zijn en de andere schapen de Griekse (heidense). Maar hoe je het ook uitlegt, je kunt er niet omheen dat Jezus hier wil dat het één kudde is.
In het zeer indringende hogepriesterlijke gebed bidt Jezus in Johannes 17:11b, 21-23:

Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die u ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad.

We kunnen niet om de opdracht van Jezus heen, we moeten één zijn. Toch is de geschiedenis van onze kerk een geschiedenis geworden van kerkscheuringen en afscheidingen. Daarvoor schaam ik mij diep. En belijd ik schuld. Daarom heb ik mij ook vast voorgenomen om mij te blijven inzetten voor éénheid binnen het christendom. Wie Jezus aanvaardt als Heer, aanvaard ik als mijn zus of broer in het geloof, ongeacht de kerkelijke achtergrond.
Ik ben het dus eens met Van de Beek dat een verdeelde kerk een onmogelijkheid is, en ik steun zijn pleidooi om de Protestantse kerk in Nederland weer onder het gezag te stellen van de Rooms-Katholieke kerk. Heb ik dan geen moeite met Roomse dwalingen zoals het bidden tot Maria en de heiligen? Dergelijke gebeden worden toch noch gesteund noch toegestaan door de Heilige Schrift? Leiden ze niet af van onze enige middelaar Jezus Christus? Jazeker, daar heb ik serieuze moeite mee, maar ook in mijn kerk zijn er misstanden. Wat te denken van een dominee zoals Klaas Hendrikse uit Middelburg, die niet eens meer in God gelooft? Is je afscheiden om een misstand een niet veel grotere zonde dan de misstand zelf? Hoe durf je zijn kudde, zijn lichaam te scheuren? Ik deel de mening van Van de Beek volledig:

“Als de grondovertuiging van de kerk, vastgelegd in de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel, niet wordt aangetast, hebben we te maken met secundaire kwesties.”

Je zou je af kunnen vragen waarom ik dan nog steeds iedere zondag naar de plaatselijke PKN gemeente ga, terwijl er ook een Rooms Katholieke kerk te vinden is in mijn woonplaats. Staat dat niet op gespannen voet met elkaar? Is mijn diepe wens voor éénheid van de kerk daar niet mee in tegenspraak?
Afgelopen week schreef de protestantse predikant Peter J. Leithart een prachtig blog hierover getiteld “Too catholic to be Catholic” waar ik het helemaal mee eens ben. Zijn argumentatie is helder. Als ik naar Rome of naar Constantinopel zou gaan, wat zou dat dan zeggen over mijn christelijk verleden? Ben ik bereid om Eucharistie te vieren aan een tafel waar mijn protestantse broeders niet meer welkom zijn? Hoe is dat anders dan Petrus afzondering van de tafel van de “heidenen” in Galaten 2:12? Paulus veroordeelt dat terecht met harde bewoordingen: huichelarij! Om Rooms Katholiek te worden zou ik al mijn protestantse broeders moeten gaan zien als toch wat vaag gesitueerde ‘gesepareerde broeders’ in plaats van volle broeders in Christus. Om Orthodox te worden zou ik waarschijnlijk zelfs helemaal opnieuw gevormd moeten worden alsof ik nooit gedoopt was (Rooms Katholieken aanvaarden “onze” doop overigens wel). Waarom zou ik mij zo van andere christenen moeten verwijderen? Met Leithart zeg ik: daar ben ik te katholiek voor!
Uit de laatste allinea van Leithart’s blog zou je op kunnen maken dat hij niet verwacht dat het hier ooit goed gaat komen met de éénheid van de kerk, en wordt zijn wens een eschatologische droom. Daarin kan ik hem niet volgen. Jezus verkondigde Gods koninkrijk, niet als iets voor het hiernamaals, maar voor het nu. Wij hebben de opdracht zijn koninkrijk werkelijkheid te laten worden. Laten we beginnen bij de éénheid waar Jezus zo indringend voor bidt.

Laat zijn wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.

Posted in Ethiek, Kerkgeschiedenis, Theologie | Tagged , , , , , | Leave a comment

Ziekte, geloof en bijgeloof.

Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.” -Hebreeën 11:1

Er is een wereld die we kunnen zien. De wereld om ons heen. Daar gelden natuurwetten. De zwaartekracht, het behoud van energie, de snelheid van het licht, en meer dergelijke wetten maken deel uit van onze fysica, onze natuurkunde. Daar is bewijs voor. Dat is reproduceerbaar. Maar er is meer. Er is ook metafysica, datgene wat zich buiten hetgene afspeelt wat we kunnen zien. En deze metafysica laat zich verdelen in geloof en bijgeloof.

Ziekte heeft vooral te maken met die eerste wereld. We kunnen zien wanneer iemand ziek is. We zien uitslag, of manklopen, een stuip of een grimas van pijn. Toch zoeken veel zieken hun heil in die andere wereld, de wereld waar geen bewijs voor is. Maar, zoals ik net al constateerde, die andere wereld is te verdelen in geloof en bijgeloof.

Geloof en bijgeloof.

Het eerste vind je bij God, het andere bij allerlei alternatieve geneeswijzen waar stofjes bij volle maan om middernacht gezwenkt of eindeloos verdund worden. Of waar mensen verdeeld worden in zwartgallige, geelgallige, sanguine of slijmerige persoonlijkheden, waar corresponderende middeltjes voor bestaan. Of waar klankschalen, kaarsen, esoterische olieën, of exotische kruidenmengsels toegepast worden.

Is dat niet waar voor gewaarschuwd wordt in Leviticus 19:26 en Deuteronomium 18:10?

Er mag bij u geen plaats zijn voor [...] waarzeggers, wolkenschouwers, wichelaars, tovenaars [...]“

 

Ga naar de priester!

In de boeken van Mozes kun je ook lezen dat als je genezen bent van een ernstige kwaal, zoals melaatsheid, je jezelf aan de priester moet laten zien ter controle. Ook Jezus houdt zich aan die “wet van Mozes” als Hij bijvoorbeeld in Matteüs 8:3 tegen de man die Hij zojuist genezen heeft zegt: “ga u aan de priester laten zien”. Na gebedsgenezing moet je dus je genezing laten toetsen bij iemand die vast kan stellen dat je inderdaad genezen bent! Geen zweverig gedoe zoals bij het eerder genoemde bijgeloof maar zichtbare genezing.

Dan raakt -door het geloof- die tweede werkelijkheid, die we niet kunnen zien, werkelijk aan de eerste werkelijkheid die we wel kunnen zien!

 

Posted in Ethiek, Exegese, Homeopathie | Tagged , , , , | 10 Comments

Op zoek naar het originele Christendom

Of de vraag naar het gelijk.

Als ontheemde, zoon van een zendeling, opgegroeid in Afrika en volwassen geworden in Spanje, had ik al vroeg gezien dat iedere kerk het Christendom net weer op een andere manier beleefde. Grote verschillen tussen onderlinge kerken, en soms nog grotere verschillen tussen onderlinge landen als Kenia, Spanje en Nederland. “Wie had er gelijk?”, vroeg ik me al heel vroeg af.

Tweeduizend jaar kerkgeschiedenis heeft wat met ons Christelijk geloof gedaan. Als er vragen kwamen vanuit de filosofie of de wetenschap, dan werden daar antwoorden op geformuleerd. De bekende concilies van Nicea en Chalcedon zijn daar goede voorbeelden van. Zo ontstonden begrippen als de drie-éénheid en de twee-naturen leer van Christus, die niet op die manier terug te vinden zijn in de Bijbel. Als je om je heen kijkt naar al die kerken en kerkgenootschappen zie je dat iedereen de Bijbel op zijn eigen manier uitlegt. Wat is de juiste manier? Wie heeft er gelijk?

Toch kan die zoektocht mij mateloos blijven boeien. Wat kunnen we achterhalen over die eerste Christenen? Wat geloofden ze precies? Is dat inderdaad zo heel anders dan wat wij nu geloven en beleven in onze kerken? En moeten we dan niet terug naar het origineel?

Tijdens de afgelopen maanden heb ik ontdekt dat mijn zoektocht deels tevergeefs is. Zelfs al zouden nieuwe teksten nieuw licht werpen op dat vroege Christendom, dan nog zal ons beeld vertroebeld zijn door vooroordelen, onze achtergrond, onze beperkte begrip van de socio-economische en maatschappelijke omstandigheden van de auteur die de teksten schreef. Ik geloof dat Augustinus gelijk heeft dat als we gedachten onder woorden brengen, er iets van de betekenis verloren gaat, en ik ben met Ricoeur gaan geloven dat er in die onder woorden gebrachte teksten ook altijd een “surplus”, een teveel, aan betekenis te vinden is, welke de auteur niet heeft beoogd.

Is het erg, dat we als Christenen dus onvermijdelijk zaken verkeerd zien, dat het toch anders is dan we denken? Erger nog, dat we onzeker zijn of we wel goed begrijpen wat we lezen, zelfs al lezen we uit de Heilige Schrift? Nee, want juist als Christenen weten we  “door genade alleen, in het geloof in Christus reddend werk en niet om enig verdienste van onze kant, worden we door God aangenomen en ontvangen we de Heilige Geest.” Het “hebben” van de juiste theologie valt ook onder enige verdienste van onze kant! Als we het “sola gratia” dus serieus nemen, zijn we bevrijd van de druk om het “bij het juiste eind” te hebben. Zoals Hans-Georg Gadamer eens zei, we mogen in een theologisch debat best beseffen dat dat de andere persoon mogelijk gelijk heeft.

Posted in Filosofie, Kerkgeschiedenis, Theologie | Tagged , , , , , , , , | 4 Comments

Wie onzin verkoopt maakt zijn God ongeloofwaardig

Psalm 69:7

Laat ik niet beschamen wie naar u uitzien,
HEER, God van de hemelse machten,
laat wie u zoekt niet om mij te schande staan,
God van Israël.

Ruim driehonderd jaar na Christus schreef de kerkvader Augustinus een interessant commentaar op het bijbelboek Genesis. Een Engelse vertaling ervan kun je online vinden. In hoofdstuk 19 schrijft Augustinus iets heel byzonders:

“Vaak weet ook een niet-christen iets over de aarde (…) en deze kennis houdt hij voor zeker vanuit logisch nadenken en ervaring.

Welnu, het is een schandelijke en zelfs gevaarlijke zaak als een ongelovige een christen onzin hoort spreken over deze onderwerpen – terwijl laatstgenoemde claimt de mening van de Heilige Schrift te vertolken. We moeten alles doen om te voorkomen in een situatie terecht te komen waarin mensen onwetendheid in een christen aantonen en zich er minachtend over vermaken.

Als zij een christen zien dwalen op een terrein dat zij zelf goed kennen, en deze christen domme dingen horen zeggen over de Bijbel – hoe zouden zij dan de Bijbel serieus gaan nemen aangaande de opstanding der doden, de hoop op eeuwig leven en het koninkrijk der hemelen, als zij denken dat er allemaal flauwekul in staat over zaken waar zij door middel van ervaring en het licht der rede verstand van hebben gekregen?”

Augustinus nam -enkele honderden jaren na Christus- wetenschap serieus, en beschouwde de Bijbel niet als een handboek om de natuur te interpreteren. God openbaart zich zowel in de natuur als door zijn Woord. Door Genesis zo te interpreteren dat deze wereld slechts enkele duizenden jaren oud zou zijn, iets wat wetenschappelijk gezien aantoonbare onzin is, maken zogenaamde “jonge-aarde-creationisten” Gods woord ongeloofwaardig voor wetenschappers. Als er zulke onzin in de Bijbel staat over het ontstaan van de aarde, dan zal de rest van de Schrift ook ongeloofwaardig worden. Niet alleen Augustinus waarschuwde hier zo’n 1800 jaar geleden al voor, honderden jaren daarvoor bad ook de dichter van Psalm 69 iets dergelijks.

Verhinder mensen met een wetenschappelijke achtergrond niet om in God te geloven door allerlei onzinnige dingen voor te staan. De Bijbel is niet in tegenspraak met wetenschappelijk onderzoek. Het zijn twee naast elkaar staande methodes om meer te weten te komen over God. Het is een opdracht om de natuur te beheren en te onderzoeken.

Houd je als christen dus ook verre van allerlei bijgeloof, magie en occulte zaken en geneeswijzen zoals astrologie, zogenaamde mediums, magnetiseurs, Reiki of homeopathie. Je belast niet alleen jezelf ermee, maar je maakt ook je geloof ongeloofwaardig in de ogen van mensen die het bijgeloof herkennen.

Wil je meer hierover lezen? Lees dan het boek Origins van Deborah en Loren Haarsma.

Posted in Exegese, Homeopathie, Kerkgeschiedenis, Theologie | Tagged , , , , , , , , , | 4 Comments

Abba, Vader. Trots.

Enkele weken geleden liet ik mijn racefiets opknappen bij een (voor mij nieuwe) lokale fietsenmaker. Ik werd geholpen door “de zoon van”, die in het ruim 53 jaar oude familiebedrijf werkte. Na nogal wat negatieve ervaringen met fietsenmakers, werd ik door deze jongeman zeer professioneel en goed geholpen. Toen ik tevreden mijn fiets weer mee naar huis nam, moest ik aan zijn vader denken: “wat zal die trots zijn op zijn zoon”, dacht ik, “je eigen zoon die je zaak zo goed vertegenwoordigt!”

Racefiets

Zou God de Vader ook wel eens op een vergelijkbare manier trots zijn op Zijn kinderen? In Romeinen 8: 15 lezen we dat Christenen de Geest niet hebben ontvangen om als slaven in angst te leven, maar om Gods kinderen te zijn, en hem zo mogen aanroepen als ‘Abba, vader’.

Het is een misverstand dat Abba, ῾papa῾ zou betekenen zoals een klein kind zijn of haar vader aanroept. Nee, uit de grondtekst blijkt juist dat het om volwassen geworden kinderen gaat die hun vader vertrouwd met Abba aanspreken. (Niet alleen in het Aramees, maar ook hier in het Grieks vind je de woorden υἱός  en τέκνον waarmee meestal meerderjarige kindren worden aangeduid in tegenstelling tot b.v. παις of τεκνίον waarmee vaak op een minderjarig kind (of een slaaf) wordt gedoeld.)

Het is dus de bedoeling dat we Zijn zaak hier vertegenwoordigen als meerderjarige kinderen. Net zoals Jezus dat deed. En we moeten het op zo’n manier doen, dat onze Vader trots op ons is. Net als die fietsenmaker!

Posted in Exegese, Theologie | Tagged , , | Leave a comment

Thomas van Aquino: Godsbewijzen, en van het kwaad.

Thomas van Aquino (1225-1275) was een zeer invloedrijke filosoof en theoloog (Dominicaanse priester) die zoals gebruikelijk in de scholastiek, de filosofie beschouwde als dienstmaagd van de theologie. Zijn belangrijkste werken zijn Summa Theologiae en Summa contra Gentilles. Uit deze werken zal ik de 5 Godsbewijzen en de hoedanigheid van het kwaad hier samenvatten. Je zult zien dat voor een postmoderne denker deze ideeën niet allemaal meer zo logisch en onomstotelijk zijn als ze dat voor zijn middeleeuwse publiek waren!

1. De vijf wegen van Thomas van Aquino (Godsbewijzen)

1.1 De eerste Beweger. Alles wat beweegt van mogelijkheid naar werkelijkheid moet in beweging zijn gezet, dit kan eindeloos worden teruggevoerd totdat men op de allereerste Beweger aankomt. Iedereen beschouwt Deze als God.

1.2 Oorzaken doen zich voor in series en kunnen geordend worden van de eerste tot de laatste oorzaak. Dit kan niet oneindig doorgaan, want zonder eerste oorzaak, kan er geen tussenliggende (vervolg) oorzaak zijn, en ook geen uiteindelijke oorzaak. Duidelijk moet er dus een eerste oorzaak zijn. De allereerste Oorzaak noemt men God.

1.3 Dingen in de wereld komen en verdwijnen. Dat kan niet altijd geweest zijn, want dan was er een tijd dat er niets was. Maar dan had er ook niets kunnen ontstaan, want iets kan niet uit het niets voortkomen. Er moet dus iets zijn dat altijd bestaat. Hem noemen we God.

1.4 Dingen doen zich in diverse kwaliteiten voor, waar het verschil wordt veroorzaakt door welke zaak de grootste hoeveelheid of de perfecte hoeveelheid van de betreffende kwaliteit bezit. Er moet dus datgene zijn wat volledig goed is en alle andere dingen goed maakt: God. (Variant op Anselmus’ ontologisch argument!)

1.5 Alle dingen hebben een bedoeling of streven een ultieme verwezenlijking na. Zoals de pijl door de boogschutter naar haar doel wordt geschoten zo is God het die het doel stelt van alle dingen (Naar het concept τελοσ van Aristoteles).

2. De hoedanigheid van het kwaad.

Thomas beargumenteerd dat de perfectie van het universum vereist dat er ongelijkheid bestaat van de dingen, dat er dus gradaties van goedheid zijn, zodat iedere variant van goedheid wordt gerealiseerd. De hoogste graad van goedheid, is die goedheid die niet kan falen. Mindere gradaties kunnen dus soms wel falen, en zullen dat soms ook doen. Daarin zit het kwaad.

Heeft het kwaad het goede als onderwerp?

Ja, het onderwerp van het kwade is het goede. Tenminste dat is wat Thomas van Aquino betuigt. Ieder wezen is goed, en ook iedere mogelijkheid heeft het goede in zich. Het goede bestaat in ieder genus, daarom, het onderwerp van het kwade is het goede.

Kan men alle kwaad onderverdelen in lijden en schuld?

Ja, ten eerste kunnen dingen worden aangeduid met hun vorm of integriteit. Als ze daaraan niet beantwoorden (bijvoorbeeld blindheid in een dier) dan is dat lijden. Op de tweede plaats hebben dingen ook een doel, als ze daaraan niet beantwoorden dan is het schuld. Daarom kan alle kwaad worden onderverdeeld in lijden en schuld.

Thomas’ argument dat het goede de bron is van het kwaad.

Thomas beargumenteerd dat het kwade altijd secundair is aan het goede, en niet volgt uit de originele intentie die goed is. Zo gaat een wit voorwerp verloren als het zwart wordt, maar de intentie was niet het verlies van het witte (kwaad) maar het ontstaan van het zwarte. Een ander voorbeeld is de zeevarende die zijn vracht overboord gooit in een storm (het kwade) met het oog op behouden te blijven (het goede). En zelfs bij morele zaken zoals een verkrachting, waar een man seks zoekt met een vrouw (kwaad) met het oog op welbehagen (goed). Zo volgt het kwaad uit een primair goede intentie.

Thomas’ merkwaardige argument: als het kwaad bestaat, bestaat God.

Het volmaakte goede zou niet bestaan in de schepping als er geen orde zou zijn in de goedheid onder de schepselen. Deze gradaties in het goede ontstaan door de toenemende mogelijkheid tot het kwade. Als deze gradaties niet zouden bestaan, zou de grootste schoonheid (namelijk de volmaakte goedheid) verloren gaan.

Daarom, als het kwade verwijderd zou worden uit het universum zou er proportioneel evenveel goedheid verloren gaan, wat niet zou moeten zijn aangezien het goede  beter is in goedheid dan het kwade kwaad is (virtuosius est bonum in bonitate quam in malitia malum).

De vraag van Boethius (De consolatione, Lib. I, prosa 4) “Als er een God is, hoe komt dan het kwaad?” moet volgens Aquinas dan ook omgedraaid worden: “Als er kwaad is, dan is er een God”. Want zou er geen kwaad zijn, dan zou de orde van goedheid verloren gaan, het verlies hiervan moet worden beschouwd als kwaad, en deze orde zou niet zijn als God niet was.

 

Posted in Filosofie, Kerkgeschiedenis, Theologie | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Is het rationeel om in God te geloven? Antwoorden aan Clifford

Mijn vorige blog heeft wat kritische reacties opgeleverd. Waarom dan wel in een onbewezen God geloven (net zo min “evidence based” als homeopathie), zo was het commentaar. Natuurlijk bedoelde Clifford dat -tussen de regels door- ook. Volgens zijn (sterk-rationalistische) maatstaven kan geen enkel religieus systeem zich handhaven. Welnu, in mijn vorige blog heb ik uitgelegd waarom ik vind dat Clifford gelijk heeft als het gaat om bijgeloof (zoals bijvoorbeeld homeopathie, irisscopie, astrologie en magnetisisme), hier zal ik beargumenteren waarom hij ongelijk heeft als het gaat om geloof in God.

De aantrekkingskracht van Clifford’s ideeën zijn duidelijk: wie van ons heeft zich niet gefrustreerd gevoeld, of zich zelfs boos gemaakt, over wat sommige mensen beweren te“weten”, maar daarvoor geen goede argumenten weten te geven? Het is daarom heel begrijpelijk dat hij echt bewijs vraagt voor wat iemand wil geloven.

Het is belangrijk om eerst te noemen dat geen enkel universeel “wereldbeeld” of het nu religieus is of wetenschappelijk kan voldoen aan sterk-rationalistische maatstaven. Veel atheïsten menen dat het wetenschappelijk naturalisme gebaseerd is op hard bewijs, maar niets is minder waar! Het idee dat wetenschap ons alles kan vertellen over de realiteit, – onze realiteit- waaruit het bestaat en hoe het zo is gekomen, is net zo onwetenschappelijk als het geloof in een scheppende God. Zeker, veel takken van wetenschap worden ondersteund door goed onderzoek, en zullen door weinig wetenschappers worden betwist, maar om te beweren dat het sterke bewijs voor bijvoorbeeld het periodiek systeem der elementen ook opgaat voor het wetenschappelijke naturalisme als wereldbeeld is tenminste behoorlijk gestoord, zo niet opzettelijk misleidend.

Ik ben het met Søren Kierkegaard (1813-1855) eens, dat het eigenlijk maar goed is dat we God’s bestaan niet kunnen bewijzen, want, op het moment dat God’s liefde voor ons wetenschappelijk bewezen word, kunnen we niet meer in Hem geloven maar wordt het slechts een gegeven. Wil je God dus leren kennen dan frustreert het zoeken naar bewijs juist in plaats van dat het je verder brengt! Als ik God objectief kan vatten, geloof ik niet, maar precies omdat ik dit niet kan, moet ik geloven! Geloof wordt zo een sprong in het diepe. Een sprong die je uit overtuiging moet maken.

In zijn reden “De wil om te geloven” verdedigt William James (1842-1910) dat het wel degelijk een rationeel besluit kan zijn om te geloven. Het is namelijk voorstelbaar dat het nodig is om eerst in iets te geloven zonder daarvoor bewijs te hebben, voordat je achter de waarheid kunt komen. Bijvoorbeeld, sommige ingewikkelde klussen kun je niet volbrengen indien je niet van te voren het vertrouwen hebt dat je het kunt doen. De eerste keer heb je geen bewijs dat je het kunt, maar zonder vertrouwen dat je het kunt zal het je niet lukken. Bewijs kan zo afhankelijk zijn van geloof. Zo is het met het geloof in God ook. Je hebt een sprong in het diepe nodig om God te leren kennen, maar als je die sprong gemaakt hebt, leer je Hem kennen, en wordt het waarheid in je leven.

 

Posted in Filosofie, Homeopathie, Theologie | Tagged , , , , , , , , , , | Leave a comment

Godsdienstwijsbegeerte, Clifford en het gevaar van Homeopathie

Afgelopen zaterdag tijdens mijn tentamen Godsdienstwijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht, moest ik een vraag beantwoorden over de wiskundige Clifford. Wellicht vraag je je af waarom ik toen aan Homeopathie moest denken… Welnu, dat zal ik hier uitleggen!

 

Zij die mij langer kennen weten dat ik lange tijd een relatief genuanceerde mening had over homeopathie. De pillen en drankjes die homeopaten voorschrijven helpen weliswaar niet -tenminste, niet beter dan placebos- maar ze doen meestal ook geen kwaad. En homeopaten hebben vaak de tijd en aandacht voor hun patiënten die reguliere artsen missen of onvoldoende in willen investeren. Functionele klachten die het gevolg zijn van een onder te hoge druk lijdende geest, kunnen zo een uitlaatklep en behandeling vinden bij een homeopaat. Daar komt bij dat veel homeopaten te goeder trouw zijn, ze geloven in hun eigen behandel-methodes, ze hebben daarvoor een opleiding gevolgd en ze willen hun patiënten echt helpen.

 

Is het dan zo erg dat homeopaten ten onrechte denken dat hun behandelwijze werkt, en anderen daarmee proberen te helpen? William K. Clifford (1845-1879), een wiskundige, is heel stellig van wel. Volgens Clifford is het altijd, overal, en voor iedereen fout om iets te geloven waarvoor onvoldoende bewijs bestaat. Waarom stelt Clifford zulke hoge eisen aan onze overtuiging? Om deze vraag te beantwoorden legt hij de nadruk op de ernstige consequenties die het volgen van een overtuiging die onvoldoende gestoeld is op bewijs kan hebben:

Een schipeigenaar staat op het punt zijn schip vol emigranten naar een ver land te laten varen. Er waren vragen gerezen over de zeewaardigheid van zijn schip. Deze vragen hadden hem bezig gehouden, en hij had er ‘s nachts niet van kunnen slapen. Voordat het schip uit de haven vertrok, overkwam hij zijn melancholische getob. Met een lichtgemoed en de beste wensen zwaaide hij het schip uit. Toen het schip op mid-oceaan verging, streek hij het verzekerde geld op en vertelde niets over de zorgen die hem vroeger uit zijn slaap hadden gehouden.

 

Wat zullen we van deze man zeggen? Hij is toch zeker schuldig aan de dood van die emigranten. Hij mag dan wel geloofd hebben dat zijn schip zeewaardig was, maar dat kan hem niet helpen, hij had niet het recht dit te geloven aangezien er geen bewijs voor was.

Volgens Clifford is het daarom verwerpelijk om enige overtuiging aan te hangen, zonder dat daarvoor voldoende bewijs is. Ieder mens is verplicht om te zoeken naar bewijs voor dat wat hij gelooft en uitdraagt.

 

Je vraagt je misschien nog steeds af wat dit met homeopathie te maken heeft? Welnu, ondanks dat er inmiddels vele studies naar homeopathische behandelingen zijn verricht is er geen enkele wetenschappelijke studie te vinden die kan laten zien waarom homeopathie zou kunnen werken (meer dan placebo). Daar staat tegenover dat er inmiddels meerdere gevallen bekend zijn van door homeopaten behandelde kinderen en volwassenen die onnodig overleden zijn aan behandelbare aandoeningen. Homeopathie is niet ongevaarlijk, en te goeder trouwe homeopaten zijn dus niet onschuldig. Vraag het maar aan Clifford.

Bekijk dit filmpje eens, het is zeer verhelderend!

 

Homeopathy is Witchcraft not Science[video].

Prachtige column van Asha ten Broeke in Trouw: “Homeopathis is geen onschuldige tovenarij maar oplichting”

Een goed artikel over de geschiedenis van de homeopathie en haar gevaren [Engels].

 

Posted in Filosofie, Homeopathie | Tagged , , , , , | 3 Comments

“Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen”

Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.” Heeft Jezus dit ooit gezegd? Bart Ehrman en andere moderne Nieuw Testamentici denken van niet. In de oudste handschriften die we van het Lucas Evangelie hebben ontbreekt het 34e vers van hoofdstuk 23 namelijk. Is dat ook zo? Laten we het kritisch apparaat van Nestle-Aland er eens bij pakken en een onderbouwde mening vormen.

Welke bronnen pleiten voor Ehrman et al? Dat valt een beetje “tegen”, eigenlijk vooral Papyrus \mathfrak{P}75 en de Codex Vaticanus, beiden van het Alexandrische Text type. Daarentegen wordt de betwiste tekst niet alleen ondersteund door de Byzantijnse meerderheidstekst, maar ook door gezaghebbende bronnen zoals: de Codex Sianïticus, deCodex Alexandrinus, de Codex Ephraemi Rescriptus, de Codex Regius, de Codex Athous Lavrensis en anderen.

Laten we nu deze tekst eens naast enkele basis principes van Tekstuele Kritiek leggen:

1. Lectio difficilior potior

Moeilijke vraag of dit een moeilijke lezing was voor overschrijvende monniken in de eerste eeuwen na Christus. Eerlijk gezegd lijkt me deze vergevingsgezinde theologie niet in tegenspraak met Christus algemene boodschap. De enige reden die ik kan bedenken waarom klerken of schriftgeleerden deze tekst zouden weglaten is hun eigen moeite om de beulen van hun Heer te vergeven.

2. Lectio brevior

Volgens dit principe zou de kortste lezing de grootste kans maken om origineel te zijn. Manuscripten hebben namelijk de neiging om in de loop van de tijd te groeien door de toevoegingen van de monniken die ze overschreven. In het geval van zo een complete uitspraak van Jezus vind ik het niet logisch dat hij door een monnik zou zijn verzonnen en toegevoegd. Met welk doel? Ik kan het theologische voordeel van deze tekst niet bedenken waarom een overschrijvende klerk het later zou hebben toegevoegd.

Kortom, zowel op basis van interne als externe argumenten ben ik er niet van overtuigd dat dit niet de oorspronkelijke lezing was. Ik kan me zelfs voorstellen dat als in de oudste manuscripten deze tekst werkelijk ontbroken heeft, de mondelinge traditie van Jezus’ kruiswoorden deze heeft hersteld, niet omdat de orthodoxe kerk deze later verzonnen en geïntroduceerd heeft in de tekst, zoals Ehrman denkt, maar omdat er een degelijke orale traditie was.

 

Posted in Exegese, Theologie | Tagged , , , , , | 1 Comment

Wet van behoud van Rechtvaardigheid

Naar aanleiding van de uitspraak “ieder voordeel kent zijn nadeel” van Johan Cruyff grapten we jaren geleden tijdens een les natuurkunde in het laatste jaar van het VWO dat er ook een “wet van het behoud van ellende” moest zijn, elke verbetering kent zijn prijs.

De diepere achtergrond was wat in de natuurkunde (thermodynamica) de Eerste Hoofdwet genoemd wordt (voor het eerst geformuleerd door Rudolf Clausius in 1850), en beter bekend staat als de “Wet van behoud van energie” en stelt dat energie niet verloren kan gaan of uit het niets kan ontstaan.

Toen ik een goede week geleden tijdens college Godsdienstwijsbegeerte geconfronteerd werd met het moreel Godsbewijs van Immanuel Kant (1724-1804 verder uitgewerkt door C.S. Lewis (1898-1963) en Robert Adams (1937-heden) realiseerde ik me dat dit een “wet van behoud van rechtvaardigheid” inhield.

Duizenden jaren geleden verwoorde de dichter Asaf het al in Psalm 73:

“want ik keek met afgunst naar de dwazen,

benijdde het geluk van wie kwaad doen.

Tot hun dood blijven zij voor ziekte gespaard,

hun buik is goed gevuld,

aardse kwellingen kennen zij niet,

het lijden van anderen gaat aan hen voorbij.

[...]

Zo zijn de goddelozen ten voeten uit,

ze verrijken zich, onverstoorbaar.

Ja, vergeefs hield ik mijn geweten zuiver

en waste ik mijn handen in onschuld!

Want ik werd gestraft, dag aan dag,

en geslagen, elke morgen weer.

We kennen ze uit de geschiedenis, en we zien het om ons heen gebeuren, schurken die lijken weg te komen met weerzinwekkende misdaden, en zich exhibitionistisch verrijken ten koste van hun prooien. Maar ook het intense lijden wat sommigen overkomt, “engelen”, die nog geen vlieg kwaad zouden doen. Een jong kind wat na een jarenlang ziektebed aan een hersentumor overlijdt, een natuurramp dat tienduizenden overspoeld met dood en geweld. Het aanschouwen van zulk intens lijden is soms voor mensen een reden om hun geloof aan een goede God aan de wilgen te hangen. Dit kan God toch niet laten gebeuren?

Nee, zegt de Kantiaanse traditie, dit kan God inderdaad niet laten gebeuren. Juist ons medeleven, onze compassie met onze naaste in moeilijkheden laat zien dat we geloven dat ons leven het toch waard is om geleefd te worden.

Door deze compassie sponsoren we het leven en geloven we dat het een hoger doel zal dienen. Het doel wat wij nastreven, is wellicht niet in dit leven te bereiken, daarom moet er leven na de dood zijn, een leven waar deze balans zal worden hersteld. Het laatste oordeel zal dit recht zetten, God zal dit niet laten gebeuren. De wet van behoud van rechtvaardigheid.

Posted in Ethiek, Filosofie, Theologie | Tagged , , , , , , , , , , | 5 Comments